De verhuizing van de Orde naar de Javastraat in de Archipelbuurt is in het eerste paneel aanleiding geweest voor een literair getinte dagdroom. In dit tweede paneel volgde, voor de leden die minder bekend zijn met Den Haag en met name de jongere leden, een kort overzicht van de eerdere Ordegebouwen. In dit derde paneel staat de Archipelbuurt en haar vele geheimen centraal.
De viersprong
Het nieuwe Ordegebouw staat eigenlijk aan de rand van de Archipelbuurt, op de viersprong met het Zeehelden Kwartier, het Willemspark en het terrein van het Vredespaleis. Links om de hoek begint de Scheveningseweg, de vroegere Zeestraat, een tolweg die met vooruitziende blik, volharding en gedegen kosten/baten analyse door Constantijn Huygens is ontworpen. Daarbij worden indeling en maatvoering bepaald door de menselijke maat, naar de bouwidealen van de door hem zeer bewonderde Romeinse bouwheer Vitruvius, die ook voor de stijl der vrije metselaren van grote betekenis is. Zijn buitenverblijf “Hofwijck” vlakbij station Voorburg getuigt nog daarvan. Het eerder door hemzelf in deze stijl ontworpen Huygenshuis op het Plein werd in 1876 helaas gesloopt. Rechts om de hoek ligt het Alexanderplein dat uitloopt tegen het hekwerk van het grote politiebureau van Den Haag. Het is eigenlijk een straat, maar op oude kaarten van Den Haag is te zien dat het in die tijd een groot plein is met op het achterterrein een militaire kazerne met oefenterreinen. langzaam rukt daar de bebouwing achter de Javastraat op. In 1889 laten de regenten van de maçonnieke Louisa Stichting, genoemd naar de vrouw van Grootmeester prins Frederik, een nieuw onderkomen bouwen genaamd “Louisa State”, een internaat voor kinderen van minvermogende en overleden vrijmetselaren. Er zijn dan al eerder panden voor dat doel bestemd geweest. Het eerste pand in 1863 op initiatief van de Haagse Loge L’Union Royale en met hulp van Prins Frederik in de Nobelstraat, maar deze panden blijken telkens al snel te klein. Als de Louisa Stichting in de jaren ’50 naar Baarn verhuist, neemt de Haagse politie het gebouw in gebruik, maar bij de herbouw van het politiebureau wordt het eind jaren ’60 afgebroken en verdwijnt spoorloos onder de nieuwbouw.
Geheim Den Haag
Sinds het einde van de 19e eeuw staat Den Haag bekend als ‘De Weduwe van Indië’. Er zijn vele hoofdvestigingen van koloniale bedrijven en instellingen. Vanwege de aantrekkelijke ligging aan zee, kiezen vele gepensioneerde en repatriërende Indische Nederlanders in die tijd voor huisvesting in de nieuwe huizen in de Archipelbuurt en later in Duinoord en het Statenkwartier. Dit geeft aan Den Haag en ook de Archipelbuurt een nieuwe culturele stimulans. De Aziatische mystiek, zoals in de romans van Louis Couperus die zich soms in de Archipelbuurt afspelen (bijv. Eline Vere), vindt vruchtbare grond in de opbloeiende belangstelling voor esoterische stromingen. Als de pensionados zijn overleden blijken de panden rond 1910 te groot en onverkoopbaar. De buurt gaat snel achteruit ook vanwege het succes van de nieuwere wijken Duinoord en Statenkwartier. De panden worden gesplitst en verkocht als beneden en boven huis, met een wat geforceerd smal trappenhuis in de gang. Het huidige Louis Couperus museum bevindt zich overigens op het adres Javastraat 17.
Kunsthistorica Andréa Kroon, onlangs gepromoveerd op een Nederlands-Indisch maçonniek onderwerp, maar daarover meer in een van de volgende bijdragen, beschrijft in de boeiende inleiding van haar goed gedocumenteerde boekje “Geheim Den Haag”, gemaakt samen met Audrey Wagtberg Hansen, dat het rond 1900 wemelt van de gebouwen van maçonnieke, theosofische, antropologische, Christian Science en rozenkruisers instellingen en ontmoetingsruimten voor spirit(ual)istische bijeenkomsten. Alleen al in de vier genoemde wijken zijn 27 plaatsen aan te wijzen. Veel van deze gebouwen lijden later grote schade door toedoen van de Duitse bezetter, maar ook door bombardementen en ander geallieerd handelen na de bevrijding. Sommige gebouwen vallen later ten prooi aan de sloophamer, zoals een groot deel van ons Ordegebouw aan de Fluwelen Burgwal. Door afnemende ledenaantallen verhuizen deze organisaties in de tweede helft van de 20e eeuw naar een kleiner pand en de nieuwe eigenaar, vaak een overheidsinstelling, is bij verbouwing niet altijd genegen zich rekenschap te geven van de historische waarde van de in het pand aanwezige stijlelementen en symboliek. Wat vinden we vlakbij?
De Zeestraat
In de huidige Zeestraat tegenover het nieuwe Ordegebouw, ligt iets verderop links het Panorama Mesdag, maar dit terzijde. Wat dichterbij in deze straat staat namelijk rechts een gebouwencomplex dat nu het Museum voor Communicatie huisvest, het voormalige PTT museum. Vrij onbekend is dat aan de achterzijde een andere gebouwencomplex staat met twee mooie tempelruimten boven elkaar, dat sinds 1992 deel uit maakt van dit museum. Het is ontworpen door de architect, gemengd vrijmetselaar/theosoof, Karel de Bazel. Van 1916 tot 1992 dient dit gebouw voor bijeenkomsten van de Theosofen, de vrijmetselaarsloge Rakoczy en de Templum Rosae Crucis en vanaf de jaren zestig ook andere vrijmetselaarsloges en rozekruisersorganisaties. De in de ronde ramen aanwezige symboliek is dan ook uitgebreider dan alleen die van de vrijmetselarij. Het is nu het enige vooroorlogse logegebouw dat bewaard is gebleven in Den Haag en de enige bewaardgebleven tempel van de gemengde vrijmetselarij uit die periode in Nederland.
Op de hoek tegenover het Ordegebouw aan de Zeestraat ligt het in 1931 gebouwde appartementengebouw Willemspark met een centrale toren, tevens watertoren, met daarop een slanke mast met een kubieke steen als versiering. De architect is de in een eerder artikel genoemde vrijmetselaar Henk Wegerif. Het gebouw, bedoeld als woonhotel met collectieve voorzieningen, heeft een grondplan in de vorm van een Winkelhaak. De entree kent een trap met zeven treden, leidend naar flexibel in te delen luxueuze appartementen. In 1959 is de flat in gebruik genomen als Ministerie van Sociale Zaken, waarbij de oorspronkelijk interieurs grotendeels verloren zijn gegaan. In de jaren ’90 beheert een anti-kraakbureau het gebouw geruime tijd. Na een verbouwing is het nu weer een appartementencomplex. Ir. Huub Thomas is eind 2014 gepromoveerd op Wegerif met zijn proefschrift “Architectuur als beschavingsideaal – Het bezield modernisme van A.H. Wegerif”.
Een stukje omgevingsgeschiedenis: Schuddegeest en Sorghvliet
In het eerste paneel kwam de inspirerende naam Schuddegeest afsluitend ter sprake. De vroegere naam van de plek waarop ons nieuwe Ordegebouw staat. Deze naam herinnert aan een oude buitenplaats of hofstede. Tussen 1590 en 1594 schijnt op het stuk grond van zes morgen een woning te zijn gebouwd, die dan heeft gelegen in de hoek van de Scheveningseweg en de Buurtweg of iets hogerop. Het is niet zeker dat die woning, Schuddebeurs, van het begin af een herberg is geweest, aangezien de naam Schuddebeurs of Schudjebeurs, die aan zo’n gelegenheid wordt gegeven, van later tijd dateert. Op het uithangbord komt dan een omgekeerde beurs voor. De woning is wellicht eerst een heilig huisje geweest.
Het gedeelte ten westen, boven de Javastraat en de Laan van Meerdervoort heette oorspronkelijk ‘De Heet’, wat waarschijnlijk ‘heide’ betekent. Het land bestaat dan voornamelijk uit binnenduinen, ook wel clingen of croften genoemd. Het is een woest gebied dat aan de zeekant wordt afgesloten door de duinen van het grafelijk domein. Het wordt door een aantal weggetjes doorsneden. Allereerst door de Laan van Schuddegeest, de huidige Javastraat. Deze laan loopt van de Mallemolen, bij de Balistraat, zuidwaarts en gaat uiteindelijk over in een kronkelig zandpad richting Loosduinen. Dit zandpad wordt later de Laan van Meerdervoort. Westwaarts lopen een aantal duinpaadjes van Den Haag naar Scheveningen. Deze paden zijn een doorn in het oog van de Scheveningers en Hagenaars, want in de zomer zijn deze paadjes stoffig en ‘s winters erg modderig. Tussen 1664 en 1666 wordt de eerder genoemde Zeestraat aangelegd. Pas in 1889 wordt de tolheffing opgeheven. Scheveningers hebben altijd vrije doorgang met hun verse vis. Het tolhuisje staat er nog, maar het tolhek is in 1923 verplaatst naar de hoger gelegen Kerkhoflaan, waar het nu nog steeds staat.
In 1643 koopt de staatsman en dichter Jacob Cats (1577 – 1660) een stuk land buiten de Haagse stadsgrenzen, naast waar later de Zeestraat zal worden aangelegd. Veel Hagenaars uit de elite hadden buitenplaatsen in die tijd, om de drukte en stank van de stad te ontvluchten. Dit stuk land noemt hij Sorghvliet en het omvat ongeveer de huidige stadswijk Zorgvliet. De grote symmetrische tuin in Franse stijl is verloren gegaan, maar het huis, Het Catshuis, staat er nog, en wordt sinds 1961 gebruikt als residentie voor de minister-president. Het landgoed komt in 1837 in handen van koning Willem II. In 1961 wordt het eigendom van de Staat.
In zijn dichtbundel “Haga Vocalis” beschrijft Constantijn Huygens op humoristische wijze de Haagse straten, gebouwen en instellingen. Een van de gedichten, vertaalt door Frans de Waal en Ilja Leonard Pfeiffer in de bundel “Stemmen van Den Haag” (2013), gaat over de Rekenkamer van Holland. Onze Grootthesaurier zal het deze dagen kunnen waarderen:
Nu wandel en handel van Holland floreren
Ben ik zwaar belast een fortuin te beheren.
Al plussend en minnend moet ik concluderen
Dat voorspoed een zaak is van goed calculeren.
Het Vredespaleis ligt er vredig bij, bijna onaangedaan. Het is het gerechtsgebouw en de juridische bibliotheek ten behoeve van het internationale Permanente Hof van Arbitrage. Een mooi symbool, maar de laatste hand leggend aan dit artikel dringt vandaag het besef door dat werken aan de vrede en zoeken naar wat verbindt harder werken is dan de wapens oppakken om je gelijk te krijgen.
De façade van het Ordegebouw of de Fluwelen Burgwal keert nog altijd de blik naar het Westen. Op de Prinsessegracht naar het Noorden. Het nieuwe Ordegebouw kijkt vanuit het Westen met vele ramen in de ronde erker uitnodigend landinwaarts naar het Noorden, Oosten en Zuiden. Een beleidsvisie?